Ze werd gevonden door haar zoon die in de ochtend voor zijn werkdag in Glastonbury nog even bij zijn moeder langs ging. Ze lag daar op de koude, oeroude grijze stenen vloer in de keuken. De ketel stoomde nog na op het fornuis, ze had water gekookt voor haar eerste kopje thee.

Hij belde bij ons aan om te vertellen wat er was gebeurd. We liepen met hem naar het huis van zijn moeder, we stapten de keuken binnen en daar lag ze. We knielden neer en hielden haar even vast. Haar zoon haalde snel stoelkussens uit de andere kamer om voor haar een zacht bed te maken.

De mannen stonden op en liepen naar de woonkamer. Ik was alleen met haar. Wat een prachtige vrouw was ze. Het leek wel of ze glimlachte. Haar zoon had een tuiltje bloemen in haar handen gelegd en een bloem in haar witte haar gestoken.

Zij kwam zoals ik uit een ander land. Ik begon te zingen voor haar: “Je gaat naar huis, naar je fjorden en je meren, je bent vrij, je gaat naar huis, naar de velden en de bossen”. Het was geen bestaand lied, het kwam uit mijn hart, op het laatst zong ik alleen nog: “Huis, huis, thuis, huis” op een onbekende melodie.

Ik vond een steentje in mijn broekzak, ik legde dat stukje aarde op haar hart. Hier kom je vandaan, lieverd, vlieg maar weg van hier, ga naar je thuis. Het leek alsof haar gezicht steeds vrediger werd, haar glimlach dieper en tegelijkertijd groeide in mij het besef dat ik ook naar huis wilde. Maar welk huis was dat? Het thuis in dit  land, het thuis van mijn hart of het huis van mijn ziel waar ik was voordat ik besloot een leven op aarde te leven?

Ik wist dat het weer tijd was om te gaan onderzoeken waar dat huis precies stond. Ik besloot te zoeken naar dat huis, die plek waar ik werkelijk vandaan kwam. Ik had de sleutel in mijn hart en in mijn hand. Als kind had ik een groot verlangen om te zoeken waar ik ‘begonnen’ was om dichter bij de deur die alleen ik kan ontsluiten te komen. De zoektocht naar Het Grote was weer begonnen. Wie zou ik daar tegenkomen?

Karin
www.karinschluter.nl